Het is feest op 5 mei 1945, want Nederland is vrij. Maar terwijl de tanks met Canadezen hun triomftochten maken door de straten, heerst er een enorme chaos. Sommige Nederlanders zijn letterlijk alles kwijt. Niet alleen familie, maar ook bezittingen. Wraakgevoelens overheersen. De landverraders moeten worden gestraft: het is 'bijltjesdag'. Over de lange nasleep van de Tweede Wereldoorlog opent het Nationaal Archief in Den Haag donderdag de tentoonstelling 'De oorlog die bleef'. 

Voor Ron Guleij van het Nationaal Archief voelt het als een logische keuze om in dit herdenkingsjaar juist eens in te zoomen op wat er gebeurde na die vijfde mei. 'Veel van de archieven zijn namelijk pas na de oorlog tot stand gekomen', vertelt hij zondagochtend in het radioprogramma UIT! van Radio West.

Nederland staat vanaf dat moment voor een enorme opgave. 'Er zijn vermisten, er zijn heel veel mensen vermoord, er is een lijst met 300.000 namen van mensen die mogelijk fout waren geweest, die moesten berecht worden. Er zijn heel veel mensen die wraak willen. Daarom wordt er een 'bijzondere rechtspleging' ingesteld, zoals dat officieel heet. De doodstraf wordt tijdelijk opnieuw ingevoerd. Men hoopt daarmee te voorkomen dat mensen het recht in eigen hand nemen. Op dat moment pakken wij de tentoonstelling op.'

 
 

Een groot en breed onderwerp. Om dat enigszins overzichtelijk te maken, is er gekozen voor vier hoofdthema's: 'berecht', 'vermoord en vermist', 'beroofd' en 'ontheemd'. Die thema's geven samen een dwarsdoorsnede van de belangrijkste oorlogsarchieven die er zijn. Bij elk 'hoofdstuk' staat het levensverhaal van een aantal mensen centraal. Persoonlijke geschiedenissen die in de loop der jaren uit de archieven zijn opgediept. Zo maakt de bezoeker in het thema 'berecht' kennis met journalist Max Blokzijl, die collaboreerde en na de oorlog werd veroordeeld en gefusilleerd. Bij 'vermoord' gaat het onder meer over de Arubaans-Nederlandse verzetsstrijder Boy Ecury. Het thema 'ontheemd' gaat over Nederlands-Indië: 'Mensen die uit Indië terugkwamen naar Nederland waren in feite ook nog eens hun land kwijt.'

Beroofd: Hagenaar David Simons

Een van die vele aangrijpende verhalen is de geschiedenis van de Haagse jurist David Simons. Een liberaal van Joodse afkomst, die woont in de Johan van Oldenbarneveltlaan in Den Haag. In 1941 raakt hij zijn baan kwijt en een jaar later wordt hij uit zijn huis gezet, omdat er een NSB'er in moet wonen. 'Met zijn gezin maakt hij omzwervingen door allerlei kampen', vertelt Ron Guleij. 'Als hij terugkomt, wordt hij aangeslagen voor erfpacht en straatbelasting. Ongelofelijk zuur natuurlijk. Voor de gemeente Den Haag is het kloppend krijgen van de begroting dan blijkbaar belangrijker dan de menselijke kant. Pas zeventig jaar later ziet de gemeente Den Haag in dat ze er iets mee moeten. Dan pas komen er excuses en krijgen zijn nazaten het geld alsnog terugbetaald. Een schrijnend verhaal, waarbij je ook weer kunt zien dat de perspectieven enorm zijn veranderd'. Wat na de oorlog zwart-wit leek, blijkt nu soms een grijs gebied te zijn en andersom.

Nieuwe inzichten

'De oorlog die bleef' gaat ook over het onderzoek naar oorlogsgeschiedenis, dat elke dag plaatsvindt in de studiezalen van het Nationaal Archief. Nog steeds levert dat nieuwe inzichten op, zelfs 75 jaar na dato. 'Zeker wat betreft de persoonlijke verhalen', zegt Guleij. 'Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging wordt zo'n 3000 keer per jaar aangevraagd. Dat is geen openbaar archief, dus het gaat volgens een speciale procedure. Voor veel mensen biedt een blik in dat archief een totaal andere kijk op wat ze wisten. Bovendien merk je dat het meer gaat leven naarmate mensen ouder worden en dat dossier willen inzien.'

Dat de meeste hoofdrolspelers inmiddels zijn overleden maakt eigenlijk niet uit. 'Je ziet nu bijvoorbeeld dat kleinkinderen dossiers willen bekijken. Tot op de dag van vandaag leeft het en we hebben eigenlijk nog nooit zoveel aanvragen gehad.' De tentoonstelling 'De oorlog die bleef - de nasleep van de Tweede Wereldoorlog', opent op 20 februari en is tot en met 20 juni 2021 te zien in het Nationaal Archief in Den Haag.