Honderd jaar geleden, op 14 januari 1920, ziet Bertus de Harder in Den Haag het levenslicht. Volgens bewonderaars Piet van der Eijk en Louis ten Dam is hij de beste voetballer die Nederland ooit heeft gekend. Met superlatieven dat 'hij beter was dan Cruijff, Swart en Van Hanegem' en dat 'hij snel deed wat Moulijn langzaam deed', bewieroken ze hem 75 jaar nadat ze hem in actie zagen bij VUC. Maar waarom wordt De Harder door de meeste Nederlanders niet gezien als grote voetbalster? Volgens Ten Dam en Van der Eijk komt dat door een voorval tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

De serie bijnamen die De Harder tijdens zijn voetballende leven krijgt, zijn bijna even mooi als zijn onnavolgbare passeerbewegingen. De Braziliaan van de Schilderswijk, de Goddelijke Kale, de Goede Prins, de Koning van het Veld en een beweeglijke duivel zijn enkele omschrijvingen die de kranten gebruiken om het voetbaltalent van De Harder te omschrijven. Ook Louis ten Dam is vol lof over de beweeglijkheid van zijn idool. 'Onvergelijkbaar met wie dan ook', zegt de 85-jarige met het enthousiasme van een schooljongen die hem net heeft zien spelen.

Twaalf jaar voetbalt De Harder bij VUC. Nog als jongen komt hij in 1937 vanuit het Haagse bedrijvenvoetbal bij de Pinguïns terecht. Binnen een jaar behoort hij tot de WK-selectie van het Nederlands elftal. Zodoende speelt hij in de zomer van 1938 tijdens het wereldkampioenschap in Frankrijk. Dat wordt een demasqué voor Oranje: in de eerste ronde werd met 3-0 verloren van Tsjechoslowakije. Na het WK komt hij ook nog uit voor het Nederlands vlaggenschip, tot de Tweede Wereldoorlog roet in het eten gooit.

Elke krantensnipper een nieuw verhaal

Tijdens die oorlog ontwikkelt De Harder zich tot misschien wel de beste voetballer van Nederland. Hij neemt  VUC aan de hand en zorgt ervoor dat de Haagse club tot de landelijke voetbaltop behoort. 'Hij scoorde in één seizoen wel vijftig doelpunten', zeggen Ten Dam en Van der Eijk bijna in koor. Intussen bladeren de twee driftig door de plakboeken die Ten Dam heeft gemaakt toen hij De Harder als tienjarige zag spelen. De geschiedenis trekt aan hen voorbij en elke krantensnipper is stof voor een nieuw verhaal. Hoewel ze met weemoed spreken, blijft de zweem van het gebrek aan erkenning hangen bij beide mannen. Van der Eijk schreef er 25 jaar geleden al over in de biografie die hij maakte van het Haagse voetbalicoon.

Louis ten Dam tussen zijn plakboeken over Bertus de Harder | Foto: Omroep West

 

Dat generatiegenoten van De Harder zoals Abe Lenstra en Faas Wilkes wel de hemel in werden geprezen door het vaderlandse sportjournaille en zijn idool niet heeft alles te maken met de kampioenscompetitie van 1944. Je moet in die tijd eerst het districtskampioenschap winnen voordat je mee mag doen om de landstitel. Na drie jaar van ADO-hegemonie, mag eindelijk VUC het opnemen tegen de kampioenen van de andere voetbaldistricten.

Omgekocht met een zak aardappelen

'Dankzij Bertus stond VUC drie punten voor op concurrent De Volewijckers uit Amsterdam', weet Van der Eijk meer dan 75 jaar later nog. 'Tijdens de thuiswedstrijd tegen de Volewijckers was hij de beste op het veld. Die wonnen we met 2-0', vervolgt de biograaf met het VUC-hart. De Pinguïns stormden af op het landskampioenschap. Alleen de belangrijke uitwedstrijd in Amsterdam moest eind april 1944 nog komen. Daar gaat het mis.

'Het gerucht ging dat Bertus door De Volewijckers zou zijn omgekocht voor een zak aardappelen en dat hij daarom zijn best niet deed', zegt Van der Eijk. 'Dat is natuurlijk een verschrikkelijke beschuldiging. Ik heb dat aan alle kanten geverifieerd, maar nergens bevestigd gekregen. Het is gewoon niet waar.'

Dronken

Een andere roddel die dan de ronde doet, is dat De Harder de avond voor de wedstrijd dronken is en daarom vlak voor de wedstrijd in de kleedkamer een uitbrander krijgt van VUC-voorzitter Willem Burgwal. De Harder zou zo kwaad zijn geweest over die beschuldiging dat hij zich bijna niet inspande tijdens de wedstrijd.

Piet van der Eijk op de tribune van VUC | Foto: Omroep West

 

Die geruchtenstroom blijft aanhouden in 1944. Zo wordt er ook verteld dat De Harder een zak meel heeft gekregen in ruil voor het laten lopen van de belangrijke wedstrijd in de hoofdstad. Zelfs zo opzichtig dat er een wit spoor van het in oorlog zo kostbare goedje rechtstreeks naar zijn voordeur loopt. 'Allemaal niet waar', roept Van der Eijk, die het voor zijn biografie heeft uitgezocht.

'Het was oorlog'

Het meest waarschijnlijke is dat De Harder in ruil voor een warme maaltijd een proefwedstrijd speelt voor bedrijfsvoetbalclub Sminia Boys uit IJmuiden. Een echte puritein van het amateurisme kan er betaald voetbal inzien. 'Maar is dat een misdaad zo vlak voor de hongerwinter?', vraagt Van der Eijk zich af. 'Het was oorlog, alles was mooi meegenomen.'

Het bestuur van VUC is onverbiddelijk. De Harder wordt geschorst voor een periode van tweeënhalf jaar. De Haagse club verspeelt zonder zijn sterspeler het landskampioenschap en het publiek ziet de technicus lange tijd niet binnen de lijnen. Pas 21 januari 1947 mag hij zijn eerste wedstrijd weer spelen voor VUC. 'Kun je het je voorstellen?', zegt Van Dam tegen Van der Eijk. 'Dat hij toch nog voor die club wilde uitkomen? Ze wonnen die eerste wedstrijd meteen met 4-0.' Waarna Van der Eijk en hij in koor vertellen: 'En Bertus scoorde ze alle vier.'

Bertus in de bios

Na zijn jaren bij VUC gaat De Harder alsnog geld verdienen met het spel dat hij zo liefheeft. In Frankrijk worden voetballers in die jaren wel betaald en zo komt de 'Goddelijke Kale' bij voetbalclub Girondins de Bordeaux terecht. Hij groeit uit tot een beroemdheid in Frankrijk en wordt er in 1950 landskampioen. Omdat profvoetballers in het begin van de jaren vijftig niet mogen uitkomen voor Oranje blijft het voor Ten Dam bij bioscoopbezoekjes om zijn held in actie te zien. Beelden die hem altijd zijn bijgebleven. 'Ik zal aan Bertus denken tot ik dood ga', zegt hij dan ook. 'En dan hoop ik dat er nog mensen zijn die het kunnen overnemen.'